Kennel Van De Kloostertuin



 

 

 


Standaard


 

Vertaling F.C.I standaard nummer 14/ 25-11-1999

Mw. Jos Dekker

 

Kort historisch overzicht

De Västgötaspets wordt beschouwd als een onvervalst Zweeds ras zelfs al is de verwantschap met de Welsh Corgi niet geheel duidelijk.

Het is moeilijk te zeggen of de Vikingen dit Spitstype hebben meegebracht vanuit Engeland naar Zweden. Modern kynologisch onderzoek wijst er op dat het ras is ontwikkeld in Zweden.

Graaf Björn von Rosen komt de eer toe dat de Västgötaspets erkend en geregistreerd is als Zweeds ras. In het begin van de jaren 40 merkte hij het bestaan op van deze honden. Door een inventarisatie te maken van de bestaande honden in de provincie Västergötland en speciaal rond de stad Vara, vond hij een kleine maar typische groep honden. Zij waren de start van een serieus fokprogramma dat voornamelijk in handen was van rector K.G. Zettersten. Hij slaagde er in een gelijkmatig type te fokken zonder verlies van het herderinstinct.

 

Algemeen beeld

Kleine, krachtige, onbevreesde kortbenige hond.

Verschijning en expressie:  waakzaam, alert en energiek.

 

Belangrijke verhoudingen

Hoogte-lengteverhouding; ongeveer 2:3

 

Gedrag en temperament

Waakzaam, energiek, onbevreesd en alert.

 

Hoofd

Schedel

Tamelijk lang, droog en met een vrijwel vlakke schedel. Van boven bezien een gelijke wigvorm van schedel tot neuspunt. Duidelijke stop.

Aangezicht

Neuspigment git zwart. Voorsnuit van opzij bezien tamelijk vierkant, iets korter dan de schedel.

Lippen

Strak sluitend.

Kaak/gebit

Volledig en  regelmatig scharend gebit met regelmatige en goed ontwikkelde tanden.

Ogen

Middelmatig groot, ovaal, donkerbruin.

Oren

Middelmatig groot, puntig, rechtopstaand, oor stevig van basis tot oorpunt, glad behaard en beweeglijk. Niet te laag aangezet.

 

Hals

Lang en krachtig bespierd met goed bereik.

 

Lichaam

Bovenbelijning

Rechte rug, goed bespierd met korte, krachtige lendenen.

Croupe

Breed en licht hellend.

Borst

Lang, met goede diepte. Goede ribwelving. Van voor bezien; borst ovaal, van opzij elliptisch. Ribben reiken tot 2/5 van de lengte van de voorbenen. Van opzij gezien ligt het diepste punt van de borst direct achter de achterzijde van de voorbenen.

Onderbelijning

Buik licht opgetrokken.

 

Staart

Twee staarttypen komen voor: lang of natuurlijke kortstaart. In beide gevallen zijn alle variaties hierop toegestaan.

 

Voorhand

Schouder

Lang en goed terug liggend.

Opperarm

Iets korter dan de schouder en geplaatst in dezelfde hoek. Opperarm goed aangesloten tegen de ribben, maar toch zeer beweeglijk.

Voorbenen

Van voor bezien licht gebogen, net voldoende voor volledige bewegingsvrijheid t.o.v. het ondergedeelte van de borst.

Polsen

Elastisch.

Benen

Goed bone.

 

Achterhand

Achterbenen

Goed gehoekte knie en sprong.

Dijen

Krachtig bespierd.

Benen

Van achter gezien parallel.

Onderbeen

Iets langer dan de afstand van sprong tot de grond.

Voeten

Middelmatig groot, kort, ovaal, recht naar voren gericht met sterke zolen, en goed gewelfd.

 

Gangwerk

“Sound”, met goede stuwing.

 

Vacht

Middelmatig lang, harde en goed gesloten bovenvacht. Ondervacht; zacht en dicht. Kort op de voorkant van de benen, iets langer aan hals, borst en achterzijde van de achterbenen.


Kleur

Gewenste kleuren zijn grijs, grijs-bruin, grijs-geel of rood-bruin met donkerder haren op de rug, hals en zijkant van het lichaam. Lichter haar in dezelfde kleurschakering als bovengenoemd op snuit, keel, borst, buik, billen, voeten en hakken komt voor. Lichtere aftekeningen op de schouders, de zogenaamde harnasaftekening is gewenst. Wit is in beperkte mate toegestaan in de vorm van een smalle bles, halsvlek of geringe ‘halsband’. Witte aftekeningen zijn toegestaan op voor- en achterbenen en op de borst.

 

Hoogte en gewicht

Schofthoogte

Ideale schofthoogte reuen: 33 cm.

Ideale schofthoogte teven: 31 cm.

1½ cm afwijking naar boven of onderen is toegestaan

Gewicht

Tussen de 9 en 14 kilo.

 

Fouten

Elke afwijking van de voorgaande punten moet als fout worden gezien en de zwaarte, waarmee de fout aangerekend wordt, moet in de juiste verhouding staan tot zijn ernst.

 

N.B.

Reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.

 




 Webset  by  KissDesign Website